De WGA-instroom bleef in 2018 stijgen, dus grote werkgevers kunnen in 2020 een hogere collectieve rekening verwachten. Net als in 2017 zijn er bij nadere beschouwing forse sectorale en individuele verschillen te noteren. Maar zowel de totale instroom als het landelijk gemiddelde vertonen een opwaartse lijn.

Dit blijkt uit de WGA-instroomcijfers grote werkgevers 2018 die UWV heeft gepubliceerd. Het afgelopen jaar noteerde de uitkeringsinstantie een instroom van in totaal 31.800 personen in de WGA. In 2017 waren dat er nog 31.300 en in 2016 stopte de teller bij 30.400. UWV kon vorig jaar ook meer WGA-uitkeringen rechtstreeks toerekenen aan werkgevers. In 2018 ging het om 19.000 uitkeringen, in 2017 waren dit er 17.400 en in 2016 nog 17.000. Ook het landelijk gemiddelde instroomcijfer steeg. Nadat het in 2016 en 2017 stabiel bleef op 0,24% ging het vorig jaar naar 0,26%.

Grote verschillen per sector

Een beeld dat in 2018 nauwelijks wijzigde ten opzichte van 2017 was dat er grote sectorale verschillen te noteren zijn. Het laagste sectorale gemiddelde bedroeg vorig jaar 0,10% en het hoogste lag op 0,76%; in 2017 ging het om respectievelijk 0,08% en 0,78%. In 2016 was het verschil tussen de laagste (0,10%) en de hoogste gemiddelde sectorale instroom (0,65%) juist aanzienlijk kleiner. De sectoren met de hoogste gemiddelde instroom waren in 2018 de visserij (de eerder genoemde 0,76%), de reiniging (0,55%) en de suikerverwerkende industrie (0,52%).

Ook individuele premies lopen sterk uiteen

Uiteindelijk zijn het uiteraard de scores van individuele werkgevers die de gedifferentieerde WGA-premie bepalen. Deze liggen geregeld aanzienlijk lager én hoger dan de sectorale gemiddelden. Zo waren er in 2018, net als in voorgaande jaren, diverse werkgevers die een instroom van nul realiseerden. Anderen waren aanzienlijk minder succesvol. Het hoogste individuele instroomcijfer lag in 2018 op 2,16%. Dat het altijd nog erger kan, bewijst het hoogste instroomcijfer van 2017: toen was er nog een uitschieter naar 2,39% te noteren.

UWV rekent steeds meer WGA-uitkeringen toe aan werkgevers

Het aandeel WGA-uitkeringen dat niet aan werkgevers kan worden toegerekend liet vorig jaar een verdere daling zien. In 2018 ging het om 12.800 van in totaal 31.800 uitkeringen (41,3%). In 2017 en 2016 waren dit er nog respectievelijk 13.900 op 31.300 (44,4%) en 13.400 op 30.400 (44,1%). In 2015 en 2014 ging het zelfs nog om 15.600 op 27.200 (57,4%) en 16.680 op 28.681 uitkeringen (58,2%). Vooral de conjunctuur is hier een bepalende factor. UWV rekent WGA-uitkeringen niet aan werkgevers toe als die zijn toegekend aan zieke WW’ers, en de werkloosheid is de voorbije jaren snel gedaald. Andere groepen waarvan UWV de WGA-uitkering niet toerekent – vrouwen die ziek zijn geworden door zwangerschap of bevalling, werknemers die ziek zijn geworden door orgaandonatie en mensen die onder de no-riskpolis vallen – zijn doorgaans min of meer stabiel.