Toenemende moeite om (her)beoordelingen uit te voeren. Een afnemende capaciteit aan verzekeringsartsen. Problemen bij het realiseren van voldoende klantcontact. Ingrepen die vooralsnog niet het gewenste resultaat opleveren. Het 4-maandenverslag 2018 van UWV markeert voor de uitkeringsinstantie een periode met vier fikse uitvoeringsproblemen.

  1. Tijdig (her)beoordelen lukt steeds minder

UWV heeft al langer moeite om (her)beoordelingen tijdig uit te voeren. Volgens het 4-maandenverslag zorgt dit voor oplopende achterstanden. Bij de WIA lag de voorraad van uit te voeren beoordelingen eind april op 27.200, terwijl 7.500 het doel was. Hiermee loopt de achterstand op van 10.847 in 2017 naar 16.990 in 2018. Het lukt UWV simpelweg niet om voldoende beoordelingen uit te voeren: vonden er nu in de eerste vier maanden 52.900 plaats, in 2017 waren dat er in dezelfde periode nog 73.600. En hoewel UWV bij de eerstejaars Ziektewet-beoordeling zelfs boven de norm presteerde, liep ook hier de achterstand verder op: van 3.565 in 2017 naar 4.278 in 2018.

  1. De capaciteit aan verzekeringsartsen daalt

Dat sociaal-medische beoordelingen zo’n probleem zijn, komt doordat UWV grote moeite heeft om voldoende capaciteit op de been te brengen. Verzekeringsartsen zijn op de arbeidsmarkt hoe dan ook een schaars goed. Maar een aantrekkende economie, toenemende vergrijzing en een hoog verloop verhogen voor UWV de druk nog verder. In de eerste vier maanden van 2018 beschikte de uitkeringsinstantie over een netto capaciteit aan verzekeringsartsen van gemiddeld 698 fte. Minder dan de 712 fte van december 2017 en fors minder dan de 720 van de eerste vier maanden van 2017.

  1. Ook de normen voor klantcontact zijn een probleem

Het nieuwe dienstverleningsproces voor de WIA en de WGA dat UWV in 2017 met het ministerie van SZW heeft afgesproken, komt nog niet goed uit de verf. De uitkeringsinstantie wil met minstens 90% van de klanten met een WGA-uitkering minimaal 1 contact per jaar hebben. Het werkelijke aandeel lag in de eerste vier maanden van 2018 op 84%. Ook het gemiddelde aantal contacten lag met 1,5 onder de norm (1,8). Een bijkomende uitdaging is dat er nog een groep instromers uit de periode 2011-2016 is die nog nooit re‑integratiedienstverlening heeft ontvangen. Eind 2018 moeten alle WGA-klanten die daarvoor in aanmerking komen de nieuwe dienstverlening ontvangen.

  1. Ingrepen hebben nog niet het gewenste resultaat

Opvallend is dat UWV er vooralsnog niet in slaagt om de hiervoor genoemde trends met gerichte ingrepen te keren. De uitkeringsinstantie heeft met het ministerie van SZW afgesproken om in 2018 voorrang te geven aan claimbeoordelingen en eerstejaars Ziektewet-beoordelingen. In beide gevallen is de werkvoorraad niet afgenomen, maar juist verder opgelopen. Ook inspanningen om de capaciteit aan verzekeringsartsen uit te breiden zijn nog niet succesvol. In plaats van toe te nemen blijkt het aantal beschikbare fte’s in de praktijk te dalen.

Andere interessante cijfers uit het 4-maandenverslag

  • UWV worstelt met de doelstelling voor uitstroom in het tweede Ziektewetjaar. De gemiddelde verzuimduur in het eerste jaar voldoet met 52 dagen ruim aan de norm (65). In het tweede jaar ligt de uitstroom met 19,4% echter onder de doelstelling (20%), net als in 2017 (19,4%).
  • De uitkeringsinstantie hielp fors minder Ziektewetgerechtigden aan werk. In de eerste vier maanden van 2017 ging het nog om 600 personen, nu waren het er in dezelfde periode 300.

Bij de WIA zijn de cijfers gunstiger. Hielp UWV in de eerste vier maanden van 2017 nog 800 mensen aan werk, in 2018 waren dat er 1.000.

 

Meer informatie

  • 4-maandenverslag 2018 UWV
  • Persbericht UWV naar aanleiding van het 4-maandenverslag

Gerelateerd