Bij de berekening van de gedifferentieerde premies voor de Ziektewet en de WGA verandert van alles. Maar de achterliggende trend blijft die van een stijgende schadelast. De meeste publiek verzekerde werkgevers zien hierdoor in 2020 hun premies stijgen. Bij de WGA is de stijging van de gemiddelde premie licht, bij de Ziektewet springt hij naar een fiks hoger niveau.

Vorig jaar behoedde de economische groei werkgevers nog voor een premiestijging. Wat toen grotendeels achterwege bleef, gebeurt nu alsnog: de groeiende schadelast vertaalt zich in oplopende publieke premies. De gemiddelde WGA-premie bleef in 2018-2019 nog stabiel op 0,75%; per 1 januari 2020 gaat hij naar 0,76%. Alleen een – opnieuw – sterk gegroeide publiek verzekerde loonsom voorkomt dat de stijging groter is. Bij de Ziektewet stijgt het gemiddelde premiepercentage wel fors, van 0,47% naar 0,52%.

Werkgeversrisicopercentage stijgt scherp

Door de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) vervalt het rekenpercentage als factor in de berekening van gedifferentieerde premies voor de WGA en de Ziektewet. In plaats daarvan vormt nu het gemiddelde werkgeversrisicopercentage de basis (zie kader). Afhankelijk van de individuele schade berekent UWV hierover bij (middel)grote werkgevers een opslag of een korting. Dit gemiddelde werkgeversrisicopercentage stijgt bij beide regelingen scherp. Bij de WGA springt het van 0,41% naar 0,48%; de Ziektewet blijft hier met een stijging van 0,26% naar 0,32% nauwelijks bij achter.

Meeste werkgevers zien hun premies stijgen

Door de oplopende schadelast en het stijgende gemiddelde risico zijn de publiek verzekerde werkgevers die hun premie komend jaar zien dalen duidelijk in de minderheid. Bij de WGA gaat het nog om een vrij omvangrijke groep van 41%. Hier stijgt voor een meerderheid van 56% de WGA-premie en blijft voor 3% de premie ongewijzigd. Bij de Ziektewet is de verdeling scherper. Hier ziet maar liefst 74% van de bij UWV verzekerde werkgevers de premie omhooggaan. Voor 8% blijft de premie gelijk en slechts 18% mag een daling tegemoetzien.

UWV verwacht geen toename eigenrisicodragen

Opvallend genoeg verwacht UWV ondanks de premiestijgingen bij zowel de Ziektewet als de WGA een stabilisering van het marktaandeel van eigenrisicodragers.

  • Hoewel de achterliggende aantallen en loonsommen uiteenliepen, waren eigenrisicodragers WGA in 2018 en 2019 telkens goed voor een marktaandeel van 38% van de totale loonsom. Voor 2020 verwacht UWV dat dit aandeel constant zal blijven.
  • Bij de Ziektewet steeg het marktaandeel van eigenrisicodragers tussen 2018 en 2019 van 43% naar 45% van de totale loonsom. Voor 2020 verwacht UWV stabilisering op dit percentage. Het zou dan wel voor het eerst in jaren zijn dat het marktaandeel van eigenrisicodragers Ziektewet niet toeneemt. Het aandeel stijgt al sinds 2014, toen het nog een bescheiden 6% bedroeg.

Zo verandert de premieberekening per 2020

  • De schadelast van grote werkgevers is voortaan geen factor van betekenis meer voor de hoogte van de sectorale premies voor de Ziektewet en de WGA. Tot nu toe was deze schadelast in meeste sectoren juist van grote invloed omdat UWV de verwachte lasten en de verwachte premieplichtige loonsommen van álle werkgevers in de sector door elkaar deelde. Vanaf 2020 rekent de uitkeringsinstantie alleen nog met de verwachte lasten en premieplichtige loonsommen van werkgevers die daadwerkelijk een sectorale premie betalen.
  • Er komen hogere minimum- en maximumpremies. Dit is het gevolg van het vervallen van het rekenpercentage. UWV gebruikt in plaats daarvan voortaan het gemiddelde percentage om individuele premies vast te stellen. Dit leidt tot een lagere correctiefactor.
  • Bij de Ziektewet heeft een andere omgang met de staartlasten van nieuwe eigenrisicodragers een licht verhogend effect op de premies. Het gaat hier om de kosten van uitkeringen die zijn ontstaan bij werkgevers die destijds publiek waren verzekerd, maar daarna eigenrisicodrager werden. Vanaf 2020 worden deze staartlasten gefinancierd uit de Werkhervattingskas (Whk).