De beoogde nieuwe premiesystematiek voor de WGA en de Ziektewet confronteert werkgevers sterker met hun prestaties bij de schadelastbeheersing. Het kabinet voert vooruitlopend op grotere stelselwijzigingen drie technische wijzigingen door om dit te realiseren. Dit blijkt uit een Kamerbrief van minister Koolmees (SZW).

De bewindsman benadrukt in zijn brief aan de Tweede Kamer dat de veranderingen een beperkt effect hebben op de premies. De totale premieopbrengsten blijven naar verwachting gelijk. Verder voorspelt Koolmees dat de premies voor kleine werkgevers doorgaans licht zullen dalen en voor (middel)grote werkgevers licht zullen stijgen. Toch neemt dit niet weg dat het nieuwe systeem werkgevers over het algemeen sterker met hun prestaties confronteert dan het huidige.

Meer werkgevers betalen mee aan ingebakken premietekort
De WGA en de Ziektewet kennen minimum- en maximumpremies voor werkgevers die (deels) individueel gedifferentieerde premies betalen. Werkgevers van wie de premie tussen beide uitersten zit, financieren momenteel samen de tekorten die door aftopping van de premies ontstaan. Feitelijk betaalt deze ‘tussengroep’ dus mee aan de schadelast van de grootste vervuilers. Dit effect verkleint het kabinet door de rekening vanaf 2020 neer te leggen bij álle werkgevers met een (deels) individuele premie. De huidige rekenpremie komt dan te vervallen.

Schade grote werkgevers beïnvloedt premie klein bedrijf niet meer
De huidige premiesystematiek zorgt er ook voor dat kleine bedrijven meebetalen aan de schade van grote. Dit komt doordat de individuele risico’s van grotere werkgevers doorwerken in de sectoraal bepaalde premies voor kleinere. Het kabinet scheidt per 1 januari 2020 de berekening van individuele en sectorale premies. Dit moet ervoor zorgen dat de premies zoveel mogelijk corresponderen met de feitelijke ZW- en WGA-schade van werkgevers.

Lagere opslagen en hogere kortingen
De crux van premiedifferentiatie bij de WGA en de Ziektewet is een vergelijking tussen het individuele risicopercentage van (middel-)grote werkgevers met het gemiddelde risicopercentage van alle werkgevers samen. Is het individuele risico hoger of juist lager dan het gemiddelde, dan volgt achtereenvolgens een opslag of een korting. Op dit moment zijn de opslagen feitelijk te hoog en de kortingen te laag. Dit komt doordat de fiscus het individuele en het gemiddelde werkgeversrisico op uiteenlopende wijzen berekent. Het kabinet trekt de rekenmethode per 1 januari 2020 gelijk.

Andere ontwikkelingen binnen de politiek en het stelsel

  • Koolmees geeft de sociale partners de ruimte om een alternatief te verzinnen voor de weinig populaire verkorting van de loondoorbetaling voor kleine werkgevers.
  • Het marktaandeel van eigenrisicodragers voor de WGA is vorig jaar gestegen van 37% naar 38% van de loonsom. Bij de Ziektewet ging het van 42,4% naar 44,3%.
  • Dit najaar komt de bewindsman met meer voorstellen voor verfijning van het hybride stelsel. Ook publiceert hij dan de resultaten van onderzoek naar beweegredenen voor overstappen binnen het stelsel en uitvoering van de WGA door verzekeraars. 

Meer informatie

  • Kamerbrief inzake bewegingen hybride WGA- en ZW-markten

Gerelateerd