De Belastingdienst gaat in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over toerekening van ziekte en arbeidsongeschiktheid aan werkgevers via de Whk-premie. Volgens het hof heeft de fiscus de Wet BeZaVa in 2014 met te ruime terugwerkende kracht ingevoerd. Is de Hoge Raad het hiermee eens, dan zijn miljoenen euro’s aan premie ten onrechte geïnd.

In de zaak waarover het Gerechtshof op 1 november 2017 oordeelde, maakte een werkgever bezwaar tegen verhoging van zijn Ziektewetpremie door instroom in 2012. De ziekte van de werknemer in kwestie begon op 6 december 2011; per 1 februari 2012 eindigde zijn tijdelijke dienstverband en ontving hij een Ziektewetuitkering. Toen in 2014 de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters (BeZaVa) inging, leidde deze Ziektewetinstroom van 2012 tot een premiestijging. Net als bij de WIA keek de fiscus namelijk naar de instroom van twee jaar eerder (t-2).

Hof: fiscus benadeelde werkgever

De werkgever voerde met succes aan dat dit onrechtvaardig was. Hij kon de premieverhoging bij het einde van het dienstverband nog niet voorzien en kreeg dus ook niet de kans om die te voorkomen. Volgens het hof mogen werkgevers er ‘in goed vertrouwen’ vanuit gaan dat de fiscus hen niet op deze manier benadeelt. De terugwerkende kracht van de wetswijziging had zich niet verder mogen uitstrekken dan tot aan het moment waarop de gevolgen voor werkgevers duidelijk moesten zijn.

Oordeel Hoge Raad telt ook voor WGA-flex

Volgens het hof heeft de werkgever recht op een correctie van zijn Ziektewetpremie over 2014. Dit zet de deur open voor correctieverzoeken van andere werkgevers. Nu de Belastingdienst in cassatie gaat, hangt het van het oordeel van de Hoge Raad af of die succesvol zullen zijn. Hierbij staat overigens meer op het spel dan alleen de Ziektewetpremie. Bij invoering van de Wet BeZaVa werd de vaststelling van de premie voor de WGA-flex immers met precies dezelfde terugwerkende kracht geregeld. Het zou gek zijn als dit bij de ene regeling wel en bij de andere niet mag.

Twee bezwaaropties voor werkgevers

Alerte werkgevers hebben de ontvangst van de Whk-beschikking 2018 benut om al een correctieverzoek in te dienen. Inmiddels is de aan deze beschikking verbonden bezwaartermijn verstreken, maar dit wil natuurlijk niet zeggen dat de kans nu verkeken is. De uitspraak van het hof staat in wezen los van de Whk-beschikking 2018 en biedt op zichzelf voldoende grond voor bezwaar. En volgt de Hoge Raad de redenering van het hof, dan geldt dit vanzelfsprekend des te meer. Daarmee hebben werkgevers momenteel twee opties: wachten op het definitieve oordeel of nu alvast een procedure in gang zetten.

Meer informatie

  • Uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2017:4830)
  • Overzicht Hoge Raad van ingekomen belastingzaken (zie zaaknummer 17/05894)