De cijfers over de sociale zekerheid zijn dit jaar met meer onzekerheid omgeven dan in andere jaren. Wat we wel weten, stemt helaas niet optimistisch. De WGA-instroom blijft oplopen, met kleinere sectorale en individuele verschillen dan voorheen. Ook de meeste premies stijgen, en er is alle reden om aan te nemen dat die trend de komende jaren doorzet.

Vooral de juninota 2020 van UWV houdt ditmaal forse slagen om de arm. Zo benadrukt UWV dat de calculatiepremies voor de Werkhervattingskas (Whk) door de uitzonderlijke omstandigheden indicatief zijn. Bij de WW geeft de uitkeringsinstantie zelfs aan dat betrouwbaar ramen nu vrijwel onmogelijk is. Hierbij zijn forse schadelastverschuivingen in het spel. Zo ging de WW-raming van €5,4 miljard naar €7,6 miljard toen het CPB in juni overschakelde naar een negatiever economisch scenario voor 2021. Bij de Ziektewet stelde UWV zijn oorspronkelijke raming voor 2020 bij met €39 miljoen, met als netto-effect een stijging van de uitkeringslasten met €100 miljoen.

WGA-instroom stijgt verder
De meeste zekerheid hebben we over de WGA. Dat wil helaas niet zeggen dat het beeld positief is. Volgens de WGA-instroom grote werkgevers 2019 lag de instroom vorig jaar in totaal op 34.100 personen. In 2018 waren dat er nog 31.800 en in 2017 stopte de teller bij 31.300. UWV rekende vorig jaar ook opnieuw meer WGA-uitkeringen rechtstreeks toe aan werkgevers. In 2019 ging het om 21.000 uitkeringen, in 2018 waren dit er 19.000 en in 2017 nog 17.400. Ook het landelijk gemiddelde instroomcijfer steeg door. Nadat het in 2016 en 2017 stabiel bleef op 0,24%, ging het in 2018 naar 0,26% en in 2019 naar 0,28%.

Iets kleinere verschillen per sector
Zoals altijd zijn er ook in 2019 flinke verschillen tussen sectoren te noteren. Wel zijn ze kleiner dan in voorgaande jaren. Het laagste sectorale gemiddelde bedroeg vorig jaar 0,15% en het hoogste 0,63%. In 2018 was het verschil tussen de laagste (0,10%) en de hoogste gemiddelde sectorale instroom (0,76%) aanzienlijk groter. In 2017 ging het zelfs om 0,08% en 0,78%. De sectoren met de hoogste gemiddelde instroom waren in 2019 de reiniging (0,63%), visserij (0,54%) en suikerverwerkende industrie (0,52%). Zij vormden in 2018 ook de top drie, alleen nummers 1 en 2 wisselden van positie.

Ook individuele scores lopen sterk uiteen
Uiteindelijk zijn het uiteraard de scores van individuele werkgevers die het grootste effect hebben op de gedifferentieerde WGA-premie. Deze scores liggen geregeld aanzienlijk lager én hoger dan de sectorale gemiddelden. Net als in voorgaande jaren waren er in 2019 diverse werkgevers die een instroom van nul realiseerden. Het hoogste individuele instroomcijfer lag vorig jaar op 2,12%. In 2018 was het hoogste instroompercentage 2,16% en in 2017 reikte de uitschieter nog wat hoger: 2,39%.

Voorlopig beeld juninota: de meeste premies stijgen

Eerst de uitzondering: de WAO-component in de premie Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) daalt (van 6,77% in 2020 naar 5,55% in 2021). Dit is te danken aan de afnemende WAO-populatie en de bevriezing van de AOW-leeftijd. Spoiler alert: die laatste eindigt in 2022.

UWV noteert voorlopig ook een lager gewogen gemiddelde bij de WW-premie (van 4,19% naar 3,73%), maar waarschuwt dat de uiteindelijke cijfers fors ongunstiger kunnen uitpakken. Gezien de oplopende schadelast lijkt structurele daling van de WW-premie uitgesloten.

De WGA-component in de Whk-premie gaat van 0,76% naar 0,77%. Bij deze beperkte stijging geldt dezelfde kanttekening over de AOW-leeftijd als bij de WAO.

De Ziektewet-flex component in de Whk-premie stijgt van 0,52% naar 0,54%.

Bij elkaar opgeteld komen de premies voor de WGA en de Ziektewet neer op een stijging van de voorlopige rekenpremie Whk van 1,28% naar 1,31%.

Meer informatie:

Gerelateerd: