UWV heeft de sectorpremies voor 2019 zo laag mogelijk vastgesteld. De uitvoeringinstantie loopt hiermee vooruit op de door het kabinet geplande opheffing van de huidige systematiek van sectorfondsen, sectorvermogens en sectorpremies in 2020. Hoewel de gemiddelde sectorpremie komend jaar daalt, zien sommige sectoren hun premie juist flink stijgen.

De opheffing van sectorfondsen en sectorpremies is onderdeel van het wetsvoorstel Arbeidsmarkt in Balans (WAB). Bij invoering hiervan gaan resterende sectorvermogens, positief of negatief, over naar het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf). Op verzoek van het ministerie van SZW anticipeert UWV in 2019 op de parlementaire goedkeuring van dit kabinetsplan. Dit houdt concreet in dat positieve sectorvermogens aan het eind van 2018 maximaal worden ingezet voor zo laag mogelijke sectorpremies in 2019. Is een sectorvermogen juist negatief, dan volgt een vermogensopslag om het tekort voor minimaal een derde deel in te lopen.

WW is bepalende factor

De omvang van de sectorpremies wordt traditioneel vooral bepaald door de kosten van het eerste halfjaar WW. Daarnaast zijn er enkele elementen van geringer gewicht. Dit zijn de kosten van Ziektewet-staartuitkeringen van eigenrisicodragers, WGA-uitkeringen aan flexwerkers die zijn gaan lopen vóór 1 januari 2012 en WGA-staartuitkeringen van kleine en middelgrote werkgevers die eigenrisicodrager WGA-vast zijn geworden in de periode 2014 tot en met 1 juli 2015. In 2020 moet een nieuwe systematiek starten waarbij de WW-premie voortaan afhangt van de omvang van het dienstverband. Een tijdelijk contract leidt dan tot een hoge premie, een vast contract tot een lage.

Contractvorm als nieuw uitgangspunt

Omdat sectorpremies in dit nieuwe systeem vanuit de optiek van WW niet meer nodig zijn, wil de regering de sectorfondsen afschaffen. Dit lost meteen ook het probleem op dat de sectorindeling in de loop der tijd steeds minder de realiteit is gaan weerspiegelen. Deze indeling blijft nog wel enige tijd bestaan, voor vaststelling van de sectorale componenten in de Whk-premie WGA en Whk-premie Ziektewet. Maar op termijn (wanneer precies is onduidelijk) wil het kabinet hiervoor dezelfde systematiek hanteren als bij de WW.

Gemiddelde daling is geen algemene daling

Door de afspraken tussen SZW en UWV ligt de gemiddelde sectorpremie in 2019 op 0,77%, dat is 0,51 procentpunt lager dan het gemiddelde van 2018. De gemiddelde sectorpremie WW daalt met 0,46 procentpunt en de opslag voor Ziektewet- en WGA-lasten met 0,05 procentpunt. Desondanks zien lang niet alle sectoren straks hun premie dalen: in dertien gevallen gaat hij juist omhoog. Bij de sectoren met de hoogste premies speelt mee dat zij een negatief sectorvermogen hebben dat hun premie komend jaar opdrijft.

Sectorpremies 2019: de opvallendste ontwikkelingen

Top-5 grootste premiestijgingen

  1. Verzekeringswezen (+0,66 procentpunt)
  2. Uitgeverij (+0,65 procentpunt)
  3. Railbouw (+0,33 procentpunt)
  4. Binnenscheepvaart (+0,28 procentpunt)
  5. Suikerwerkende industrie (+0,26 procentpunt)

Top-5 hoogste sectorpremies

  1. Uitzendbedrijven (2,43%)
  2. Banken (2,19%)
  3. Uitgeverij (2,19%)
  4. Verzekeringswezen (1,93%)
  5. Telecommunicatie (1,54%)

Top-5 grootste premiedalingen

  1. Taxivervoer (-2,08 procentpunt),
  2. Dakdekkersbedrijf (-2,00 procentpunt)
  3. Besloten busvervoer (-2,00 procentpunt)
  4. Banken (-1,67 procentpunt)
  5. Bouwbedrijf (-1,63 procentpunt)

Sectorpremie 0,0%

  1. Bouwbedrijf
  2. Besloten busvervoer
  3. Textielindustrie
  4. Dakdekkersbedrijf
  5. Hout en emballage industrie
  6. Timmerindustrie
  7. Visserij
  8. Vervoer KLM
  9. Steenhouwersbedrijf